Samenvatting “Homo Universalis; moreel kompas voor een nieuwe Europese renaissance”

Homo universalis; moreel kompas voor een nieuwe Europese renaissance

Dit nieuwe boek van prof. ir. Klaas van Egmond ligt vanaf 4 juni 2019 in de boekwinkel.

De huidige maatschappelijke situatie lijkt op een perfecte storm waarin verschillende ongunstige  ontwikkelingen bij elkaar komen. Het klimaat verandert door menselijk toedoen, migratiestromen nemen toe, de globalisering van de economie heeft grote groepen ‘populisten’ benadeeld, het financiële bestel is instabiel en de macht raakt steeds meer geconcentreerd in de handen van enkele mondiale spelers. Tot overmaat van ramp zou het ook nog ontbreken aan een breder gedeeld moreel kader om goed van kwaad te onderscheiden, zodat we stuurloos rondzwalken.

Tegen deze achtergrond roept de Franse president Macron alle burgers van Europa op tot een nieuwe Europese renaissance, waarin we de vormen van onze beschaving opnieuw moeten uitvinden. We zouden daarbij vooral oog moeten hebben voor de samenhang tussen grote problemen die op ons afkomen. Dat vereist dat we, in plaats van nog verder ‘in te zoomen’, nu gaan ‘uitzoomen’ en de laatste keer dat we dat deden was tijdens de Europese Renaissance (1350-1600). Het meest urgent is het opnieuw tot  stand brengen van een voldoende gedeeld moreel kader; het is de kiel die het schip in de storm overeind moet houden. Filosofische suggesties om daarvoor terug te gaan naar de deugdethiek van Aristoteles, laten zich praktisch vertalen in een terugblik op de Renaissance omdat daar toen ook al op de oude Grieken en Romeinen werd teruggegrepen. Bovendien blijken er markante historische parallellen te zijn tussen de Renaissance en onze huidige tijd. Door de historische ontwikkeling sinds de Renaissance te volgen naar zouden we kunnen begrijpen hoe we in onze huidige precaire situatie terecht zijn gekomen.

Via de universele Renaissance geleerde John Dee komen we uit bij William Shakespeare die op een cryptische manier, in wat we ‘de echte Da Vinci code’ kunnen noemen, verwijst naar Leonardo da Vinci en de homo universalis als ideaalbeeld van de Renaissance. Daarin blijkt de filosofie van Aristoteles en ook die van Plato een grote rol te spelen. Op basis daarvan wordt een ‘algemeen mens- en wereldbeeld’ geformuleerd als benadering van de menselijke conditie, zijn vermogens en vaardigheden. Het mensbeeld is weergegeven in de figuur. Het wordt opgespannen door twee wezenlijke tegenstellingen: die tussen de geestelijke en de materiële kwaliteiten in de verticaal en die tussen het universele (collectieve) en singuliere (individuele) in de horizontale richting.

                          

Dit algemene mens- en wereldbeeld is de blauwdruk van de menselijke gesteldheid en de geschiedenis kan daarom worden gezien als een vrij voorspelbare zwerftocht door dat beeld. Onder invloed van de ‘tijdgeest’ worden steeds weer andere, eenzijdige aspecten van dat mensbeeld belicht. Dat komt omdat de mens erg onzeker is over zichzelf en hij zich in die onzekerheid vastklampt aan alles wat houvast geeft. Hij zoekt dat vooral aan de buitenkant, in de periferie van het mens- en wereldbeeld. Alleen aan de kwaliteiten van die periferie kent hij waarden toe. De eenzijdigheid ontwikkelt zich daardoor al gauw tot karikatuur en de karikatuur vervolgens tot catastrofe.

Aan de linksboven kant was dat de kerkelijke inquisitie, wat voortkwam uit het idee dat er één enkele universele waarheid was en dat de kerk daarover beschikte. In de daarop volgende Renaissance domineert een waardepatroon waarin aan alle menselijke kwaliteiten waarde wordt toegekend, in overeenstemming met het Renaissance ideaal van de homo universalis. Maar na een laatste en dramatische poging om de universele (=katholieke) kerk te redden, wordt de rol van de kerk na 1648 overgenomen door de staat en de wetenschap. Na de periode van de Verlichting in het linksonder kwadrant en de reactie daarop van de Romantiek in het rechtsboven kwadrant (19e eeuw) is in de 20e eeuw de materialistische oriëntatie aan de uiterste onderkant gaan domineren, met de ecologische (onder meer klimaat-) crisis als gevolg. Sinds ca 1989 zijn de individualistische en egocentrische waarden in het rechtsonder kwadrant dominant geworden, met gevolgen voor de economie en vooral het financiële bestel dat als gevolg van de eigen karikaturale ontwikkeling in 2008 instortte. In sociaal opzicht ontstaat er nu een diversiteit aan waardeoriëntaties aan de rechter, singuliere of individualistische kant van het mens- en wereldbeeld. Tegelijkertijd zijn de waarden van het linksboven kwadrant opnieuw gaan domineren ten gevolge van de komst van immigranten uit Islamitische landen. Ook hier is de ontwikkeling gedeeltelijk haar eigen karikatuur geworden.

De eenzijdige waardeoriëntaties buiten de cirkel, en daarmee buiten de menselijke waardigheid, hebben zich van het algemeen menselijke los gemaakt en zijn daardoor hun eigen probleem geworden. Het gaat daarbij in de huidige tijd om de radicale Islam (linksboven), de doorgeschoten globaliserende economie (linksonder), de eenzijdig materialistische consumptiemaatschappij (onderkant) en de financiële sector die zich van middel tot eigenstandig doel heeft ontwikkeld.

Deze historische ontwikkelingen naar kwaadaardige eenzijdigheid en daarmee ‘duurzaamheidsproblemen’ bevestigen de Aristotelische deugdethiek, waarbij het goede het midden is tussen twee (tegengestelde) kwaden in de periferie. Dit morele kader wordt in vele toonaarden bevestigd door de grote meesterwerken van de Europese cultuur zoals die van Shakespeare, Mozart en Wagner, door religieuze noties en door talloze mythen, legenden en sagen.

Als de koers van het morele kompas zou worden gevaren, worden eenzijdig individualisme en materialisme bewust ontmoedigd, evenals eenzijdige oriëntaties op het materiële of het ‘geestelijke’. Rationaliteit en efficiëntie zouden van de huidige obsessieve, naar normale proporties kunnen worden teruggebracht. Het gaat dan om het herstellen van het evenwicht tussen het private en het publieke, het eigene en het andere, verstand en gevoel, ecologie en economie, financiële en reële economie, het masculiene en het feminiene, materiële welvaart en duurzaamheid. Er zou weer ruimte komen voor andere menselijke kwaliteiten zoals kunst en cultuur en meer aandacht voor de menselijke maat in onderwijs en gezondheidszorg. Meer specifiek kan onder meer het volgende worden geconstateerd:

  • Gezien de historische ontwikkeling dient de historische scheiding van kerk en staat te worden gevolgd door de volledige scheiding van staat en (globaliserende) economie.
  • Het morele kompas noopt tot herstel van de balans tussen publieke en private waarden en tot herijking van publieke en private eigendommen, in het bijzonder grondeigendom.

Het is alleen mogelijk om tot een min of meer gedeeld waardenpatroon te komen, wanneer er een eveneens min of meer gedeelde opvatting over de werkelijkheid bestaat. Met de daartoe ontwikkelde wetenschappelijke methode, die wezenlijk aansluit bij het algemene mensbeeld, kunnen we de vraag beantwoorden; ‘wie we denken te zijn en hoe we dat weten’. Op grond daarvan valt er geen enkele legitimering te vinden voor (vaak religieuze) claims op de enige, universele waarheid, Dat geldt aan de andere kant ook voor de volledig ongefundeerde verwerping van breed gedragen wetenschappelijke inzichten, zoals in het geval van de klimaatproblematiek.

  • De huidige combinatie van de eenzijdig private ‘alles is te koop’ ideologie en een financieel bestel dat geld schept naar rato van het gediende eigenbelang, leidt er toe dat enorme publieke belangen in handen komen van een kleine private elite. Toegepast op globale schaal wordt hierdoor de soevereiniteit van gemeenschappen ondermijnd. Wereldwijd wordt tegen deze achtergrond steeds meer de keuze gemaakt voor minder globalisering ter behoud van de nationale gemeenschap (staat) en democratie.
  • Afgezien van deze keuze hebben herstel van het principiële publiek-private evenwicht en monetaire hervorming de hoogste prioriteit. Het is zo goed als ondenkbaar dat de transitie naar een meer duurzame economie, energie- en voedselvoorziening kan worden gerealiseerd met het huidige financiële bestel. Dat bestel versterkt van nature de instabiliteit van de economie. Geldschepping is het principiële recht is van de gemeenschap en dus van de staat. Als dat recht zou worden hersteld, dan zou de economie stabiel worden en zou de Nederlandse overheid jaarlijks een bedrag in de orde van 20 miljard à 50 miljard euro in omloop mogen en moeten brengen. Dat geld, waar dan geen staatsschuld meer tegenover staat, kan worden besteed aan maatschappelijke doelen, bijvoorbeeld de energietransitie.
  • In het geval van economisch gedreven immigratie heeft niet iedereen automatisch het recht om tot een bestaande waardengemeenschap toe te treden. Voor zover dat onder bijzondere omstandigheden (oorlogsvluchtelingen) wel aan de orde is, hebben toetreders de morele plicht om zich waar mogelijk met die waarden te verbinden en ze anders te respecteren.
  • Tegelijkertijd is er omgekeerd een even grote morele verplichting om de soevereiniteit van ‘de anderen’ elders te erkennen. Dat betekent dat niet alles te koop is, dat na de afschaffing van de slavernij ook het toe-eigenen van de primaire bestaansvoorwaarden van die anderen elders, van hun grond, hun grondstoffen en hun voedsel, alsnog moet worden afgeschaft.
  • Effectief klimaatbeleid, een circulaire economie en een voedselsysteem waarin kringlopen worden gesloten, kunnen uiteindelijk alleen worden gerealiseerd op een hoger schaalniveau dan Nederland. Een vorm van Europese coalitie is daarvoor onontbeerlijk. Dit betekent dat minstens moet worden toegewerkt naar een Europese regio als soevereine eenheid. Nederland zal daartoe voortvarend aansluiting moeten zoeken bij een noord-west Europese ‘coalition of the willing’, zoals die in 2017 door de Franse president Macron is voorgesteld en recent is herhaald. Binnen een coalitie van Frankrijk, Duitsland en de Benelux-landen zou al voldoende economisch en cultureel draagvlak zijn om op de verschillende terreinen effectief beleid te kunnen voeren.
  • ‘Om te overleven zal Europa hart en ziel moeten hebben’ zei toenmalig EU-voorzitter Jacques Delors. Uit de Europese geschiedenis, filosofie en cultuur sinds de Renaissance hebben we kunnen opmaken dat hart en ziel ergens in het midden van het algemene mensbeeld moet liggen. Het is de menselijke maat van de Homo universalis.